René van Zundert René van Zundert

PRESENTATIE WORKSHOP / BOUW JE BLOCK

In een eerdere post beschreef ik de eerste proef van de workshop Blockparty in een eerstejaars VMBO-klas op De Meerpaal. Deze ervaring liet zien dat de workshop te hoog gegrepen was voor één les, wat aanleiding gaf tot een herontwerp. In deze reflectie kijk ik terug op dat proces en op de testdag aan de WDKA.

De centrale vraag die we ons stelden was: hoe ontwerp je een les waarin samen creëren belangrijker is dan individueel presteren? Deze vraag sluit direct aan bij ons thema inclusie in de klas, waarbij ruimte is voor verschillende manieren van deelnemen, bijdragen en samenwerken.

Herontwerp van de workshop We besloten de workshop niet langer als één losse les te zien, maar als een lessenserie van drie opeenvolgende lessen. Elke les kreeg een eigen focus, met meer ruimte voor reflectie, verdieping en groepsproces. Als inhoudelijke kapstok kozen we het Favela Painting-project van Jeroen Koolhaas en Dre Urhahn, waarin community art en collectief eigenaarschap centraal staan. Dit project fungeerde als gezamenlijk einddoel waar de klas naartoe werkt.

Testdag WDKA – Bouw je Block Tijdens de testdag aan de WDKA hebben we onderdelen van deze nieuwe opzet uitgeprobeerd. De opdracht was om gezamenlijk, met aangereikte materialen, een favela te bouwen geïnspireerd op Koolhaas & Urhahn. De kaders waren helder: werk samen, gebruik kleurverloop en patronen en kom tot één geheel. We observeerden hoe de klas eerst gezamenlijk overlegde en vervolgens samen één gebouw maakte, dat ook tijdens het schilderen intact bleef. Dat was veelzeggend: de groep had ook individueel kunnen werken, maar koos bewust of onbewust voor een collectieve aanpak. De samenwerking verliep opvallend vanzelfsprekend. Er werd overlegd, gemaakt en gecommuniceerd – niet alleen verbaal, maar ook via het materiaal en het maakproces zelf. De verf en patronen verbonden het werk letterlijk en figuurlijk.

Reflectie en feedback In het nagesprek bleek dat eigenaarschap door deelnemers verschillend werd ervaren. Roos gaf aan geen trots of verbondenheid met het eindproduct te voelen en zich niet echt onderdeel van de groep te hebben gevoeld. René benoemde juist dat zij wél communiceerde, maar vooral non-verbaal, via het maken zelf. Ook werd duidelijk dat de afsluitende reflectievraag niet goed werkte: deze was te sterk gericht op het eindproduct en te weinig op het proces. Docenten en studenten gaven aanvullende feedback. Paul benadrukte dat het bouwelement een waardevolle toevoeging is en dat de workshop als geheel een duidelijke stap vooruit heeft gezet. Het competitie-element – waarbij één groep maakt en de andere observeert – riep echter vragen op over eigenaarschap, groepsvorming en de emotionele impact op de eerste groep wanneer een tweede groep met hun werk verdergaat. Laurie suggereerde dat de workshop ook interessant zou kunnen zijn als performance, bijvoorbeeld zichtbaar uitgevoerd in de aula. Daarnaast werd bevraagd of alle lessen in de serie evenveel toevoegen. Zo ontstond de vraag of de bingo-opdracht in de eerste les noodzakelijk is, of juist beter kan dienen als reflectie-instrument aan het einde.

Inzichten en vervolg Deze test bevestigde dat samen creëren tijd nodig heeft. Veiligheid, vertrouwen en reflectie ontstaan niet binnen één les. Door de workshop te spreiden over meerdere lessen ontstaat ruimte om naar elkaar te luisteren, afspraken te maken, verschillen te waarderen en verantwoordelijkheid te nemen binnen de groep. Wat ik meeneem uit dit proces is dat samenwerken zich op verschillende manieren kan uiten, ook zonder woorden. Daarnaast is het duidelijk geworden dat het maakproces belangrijker is dan het uiteindelijke eindresultaat. Tegelijkertijd heb ik ervaren dat vrijheid juist ontstaat door structuur en duidelijke kaders. Tot slot werd zichtbaar dat reflectievragen beter moeten aansluiten op het maakproces, en niet uitsluitend gericht moeten zijn op het resultaat.

De huidige lessenserie vormt een stevige basis en een flexibele kapstok waaraan op verschillende niveaus nieuwe lessen en variaties kunnen worden toegevoegd. Een veelbelovend vervolgexperiment is het idee om groepen op elkaars werk te laten voortbouwen. Op die manier krijgt ook een competitie-element een plek binnen de workshop: één groep start met maken terwijl de andere observeert, waarna de observerende groep het werk overneemt en verder uitwerkt. Wat mij in deze aanpak vooral interesseert, is hoe de samenwerking zich ontwikkelt. In hoeverre zijn deelnemers in staat hun eigen werk los te laten, en hoe verloopt de communicatie binnen en tussen de twee groepen?

LESBRIEF

Meer lezen
René van Zundert René van Zundert

Observatieverslag – Workshop Blockparty VO

Dit verslag beschrijft de uitvoering van de workshop Blockparty, gegeven door een groep vierdejaars studenten DBKV. De groep bestaat uit Angeliek Vermonden, Petra en René Van Zundert. De workshop is getest op De Meerpaal, de school waar docent René Van Zundert werkzaam is, en uitgevoerd in een eerstejaarsklas binnen de les beeldende vorming.

Doelen van de workshop Met de workshop wilden wij onderzoeken: -Of de activiteit bijdraagt aan een positief groepsgevoel, meer veiligheid en ruimte om jezelf te kunnen zijn.
 -Of leerlingen tijdens de workshop kunnen en durven reflecteren op zichzelf.
 -Of in het eindwerk zichtbaar wordt waar de klas voor staat, en of de leerlingen zich hierin herkennen.


Verloop van de workshop We begonnen de les met een voorstelrondje. Daarna legde Angeliek de bedoeling en de leerdoelen van de workshop uit. Na deze introductie startten we met de energizer: de Bingo. De leerlingen reageerden enthousiast op het woord “bingo”. Tijdens de Bingo viel wel op dat veel leerlingen negatief op de stellingen reageerden; ze herkenden zich vaak niet in de situaties, waardoor het even duurde voordat iemand daadwerkelijk bingo had. Een aandachtspunt hierbij is dat sommige leerlingen hun vakjes volledig doorkruisten, terwijl ze die in het volgende onderdeel moesten kunnen teruglezen. Het lijkt daarom handiger om de vakjes alleen te omcirkelen. Opvallend was dat de introductie en de Bingo snel verliepen: de les startte om 9.00 uur en rond 9.15 uur konden de leerlingen al beginnen met het maakproces.

Maakfase De hoeveelheid instructies bleek voor sommige leerlingen overweldigend. Toen Angeliek uitlegde dat de doos uit vier vlakken bestaat, waarvan twee bedoeld zijn voor symbolen en twee voor woorden—met op twee vlakken wat je wél en op twee vlakken wat je níet wilt laten zien—reageerde een leerling met een duidelijke “OIOIOI”. Sommige leerlingen vroegen tijdens het maken om schortjes. Omdat deze niet klaar lagen, zorgde dit bij een aantal voor weerstand. Er was daarnaast veel verschil in werkaanpak: sommige leerlingen waren binnen tien minuten klaar, terwijl anderen een half uur bezig waren met alleen al de achtergrond. Hierdoor ontstonden er groepjes die zich begonnen te vervelen en samenklitten, terwijl anderen nog volop bezig waren. Opvallend was dat de leerlingen tijdens het maken nauwelijks met elkaar in gesprek gingen over de stellingen.

Toren bouwen Het onderdeel waarin de leerlingen gezamenlijk een toren moesten bouwen, werd met gezucht ontvangen. Er bleek weinig uitdaging in deze opdracht te zitten. We hadden vooraf beter kunnen nadenken over hoe dit onderdeel het groepsproces kon stimuleren, aangezien dat juist één van de doelen van de workshop was. Daarnaast werkte het symbolische “cement”—wat je naar voren zet en wat je wegstopt—niet goed, omdat veel leerlingen willekeurig afbeeldingen op hun doos hadden geschilderd. De instructie om alle dozen te pakken leidde tot extra gezucht doordat het werk nog nat was.

Reflectie Tijdens de gezamenlijke reflectie en het bekijken van de toren viel op dat leerlingen het lastig vonden om in de groep over de stellingen te praten. Mijn indruk was dat hiervoor tijdens de Bingo juist meer ruimte en motivatie was. De thema’s en stellingen bleven in het eindgesprek te abstract, waardoor het gesprek moeizaam op gang kwam.

Meer lezen
René van Zundert René van Zundert

Hoe maak je het onzichtbare zichtbaar?

Inzichten vanuit de workshop Living station-making with the living. Hoe kan ik vanuit een ander perspectief naar mijn omgeving kijken? Via een microscoop. Door de ogen van een dier: slang, vlieg... Hoe maak je het onzichtbare zichtbaar? Hoe gebruik ik dit als metafoor naar de klas/school? Wat zie ik allemaal niet op school? Hoe maak ik wat ik niet zie zichtbaar?

Meer lezen

Sed diam nonummy euismod tincidunt ut laoreet dolore magna aliquam erat volutpat.


Featured Posts