PRESENTATIE WORKSHOP / BOUW JE BLOCK

In een eerdere post beschreef ik de eerste proef van de workshop Blockparty in een eerstejaars VMBO-klas op De Meerpaal. Deze ervaring liet zien dat de workshop te hoog gegrepen was voor één les, wat aanleiding gaf tot een herontwerp. In deze reflectie kijk ik terug op dat proces en op de testdag aan de WDKA.

De centrale vraag die we ons stelden was: hoe ontwerp je een les waarin samen creëren belangrijker is dan individueel presteren? Deze vraag sluit direct aan bij ons thema inclusie in de klas, waarbij ruimte is voor verschillende manieren van deelnemen, bijdragen en samenwerken.

Herontwerp van de workshop We besloten de workshop niet langer als één losse les te zien, maar als een lessenserie van drie opeenvolgende lessen. Elke les kreeg een eigen focus, met meer ruimte voor reflectie, verdieping en groepsproces. Als inhoudelijke kapstok kozen we het Favela Painting-project van Jeroen Koolhaas en Dre Urhahn, waarin community art en collectief eigenaarschap centraal staan. Dit project fungeerde als gezamenlijk einddoel waar de klas naartoe werkt.

Testdag WDKA – Bouw je Block Tijdens de testdag aan de WDKA hebben we onderdelen van deze nieuwe opzet uitgeprobeerd. De opdracht was om gezamenlijk, met aangereikte materialen, een favela te bouwen geïnspireerd op Koolhaas & Urhahn. De kaders waren helder: werk samen, gebruik kleurverloop en patronen en kom tot één geheel. We observeerden hoe de klas eerst gezamenlijk overlegde en vervolgens samen één gebouw maakte, dat ook tijdens het schilderen intact bleef. Dat was veelzeggend: de groep had ook individueel kunnen werken, maar koos bewust of onbewust voor een collectieve aanpak. De samenwerking verliep opvallend vanzelfsprekend. Er werd overlegd, gemaakt en gecommuniceerd – niet alleen verbaal, maar ook via het materiaal en het maakproces zelf. De verf en patronen verbonden het werk letterlijk en figuurlijk.

Reflectie en feedback In het nagesprek bleek dat eigenaarschap door deelnemers verschillend werd ervaren. Roos gaf aan geen trots of verbondenheid met het eindproduct te voelen en zich niet echt onderdeel van de groep te hebben gevoeld. René benoemde juist dat zij wél communiceerde, maar vooral non-verbaal, via het maken zelf. Ook werd duidelijk dat de afsluitende reflectievraag niet goed werkte: deze was te sterk gericht op het eindproduct en te weinig op het proces. Docenten en studenten gaven aanvullende feedback. Paul benadrukte dat het bouwelement een waardevolle toevoeging is en dat de workshop als geheel een duidelijke stap vooruit heeft gezet. Het competitie-element – waarbij één groep maakt en de andere observeert – riep echter vragen op over eigenaarschap, groepsvorming en de emotionele impact op de eerste groep wanneer een tweede groep met hun werk verdergaat. Laurie suggereerde dat de workshop ook interessant zou kunnen zijn als performance, bijvoorbeeld zichtbaar uitgevoerd in de aula. Daarnaast werd bevraagd of alle lessen in de serie evenveel toevoegen. Zo ontstond de vraag of de bingo-opdracht in de eerste les noodzakelijk is, of juist beter kan dienen als reflectie-instrument aan het einde.

Inzichten en vervolg Deze test bevestigde dat samen creëren tijd nodig heeft. Veiligheid, vertrouwen en reflectie ontstaan niet binnen één les. Door de workshop te spreiden over meerdere lessen ontstaat ruimte om naar elkaar te luisteren, afspraken te maken, verschillen te waarderen en verantwoordelijkheid te nemen binnen de groep. Wat ik meeneem uit dit proces is dat samenwerken zich op verschillende manieren kan uiten, ook zonder woorden. Daarnaast is het duidelijk geworden dat het maakproces belangrijker is dan het uiteindelijke eindresultaat. Tegelijkertijd heb ik ervaren dat vrijheid juist ontstaat door structuur en duidelijke kaders. Tot slot werd zichtbaar dat reflectievragen beter moeten aansluiten op het maakproces, en niet uitsluitend gericht moeten zijn op het resultaat.

De huidige lessenserie vormt een stevige basis en een flexibele kapstok waaraan op verschillende niveaus nieuwe lessen en variaties kunnen worden toegevoegd. Een veelbelovend vervolgexperiment is het idee om groepen op elkaars werk te laten voortbouwen. Op die manier krijgt ook een competitie-element een plek binnen de workshop: één groep start met maken terwijl de andere observeert, waarna de observerende groep het werk overneemt en verder uitwerkt. Wat mij in deze aanpak vooral interesseert, is hoe de samenwerking zich ontwikkelt. In hoeverre zijn deelnemers in staat hun eigen werk los te laten, en hoe verloopt de communicatie binnen en tussen de twee groepen?

LESBRIEF

Vorige
Vorige

Hoe maak je het onzichtbare zichtbaar? Deel 2

Volgende
Volgende

Wat ik op dit moment maak – en waarom