Hoe maak je het onzichtbare zichtbaar? Deel 2
Een lopend onderzoek naar kijken, beelddenken en onderwijs in het vmbo
Wat zie ik allemaal niet op school? En misschien nog belangrijker: hoe maak ik zichtbaar wat ik zelf niet zie? Dit lopende onderzoek komt voort uit een persoonlijke ervaring, die zijn oorsprong vindt in mijn tijd aan de Willem de Kooning Academie (WDKA). Tijdens meerdere lessen had ik zogenoemde eureka-momenten over kijken. Niet zomaar kijken, maar aandachtig kijken. Het bewust vertragen, het echt aanwezig zijn in het moment en het waarnemen van wat er daadwerkelijk gebeurt. Deze manier van kijken heeft mijn blik op onderwijs blijvend veranderd.
Als docent in het vmbo ervaar ik dagelijks dat veel leerlingen ver afstaan van aandachtig kijken. Hun wereld gaat snel. Prikkels volgen elkaar in hoog tempo op en concentratie is vaak fragmentarisch. Juist daarom wil ik hen leren vertragen. Ik wil proberen samen met hen in het moment te zijn en hen écht te laten kijken. Dat blijkt echter niet eenvoudig, zeker niet omdat een groot deel van mijn leerlingen ADHD heeft en hier aantoonbaar moeite mee ervaart.
Wat zie ik in mijn klas – en wat zie ik (nog) niet?
In mijn lessen herken ik veel kenmerken die worden toegeschreven aan zogeheten beelddenkers. Deze kenmerken komen opvallend sterk overeen met wat ik dagelijks bij mijn leerlingen observeer:
-Ze hebben vaak een onleesbaar of slordig handschrift.
-Ze kampen met faalangst.
-Ze begrijpen een opdracht niet meteen of vergeten deze snel.
-Instructies via tekst of PowerPoint lijken vaak niet aan te komen.
Dit roept bij mij vragen op. Ligt dit aan de leerlingen, of aan mijn manier van uitleggen? Gebruik ik te veel taal, te veel tekst, te weinig beeld? Eén van de grootste struikelblokken in mijn beginnende docentschap blijkt het effectief overbrengen van opdrachten op mijn doelgroep. Hoe kan ik mijn lessen zo vormgeven dat iedereen daadwerkelijk aan de slag kan?
Beelddenkers en taaldenkers: een verkenning
Vanuit deze praktijkervaring ben ik gestart met onderzoek naar beelddenken in relatie tot taaldenken binnen het vmbo basis onderwijs.
Poetentiele hoofdvraag: Hoe kan ik als docent in het vmbo onderwijs het beelddenken van leerlingen herkennen en inzetten om mijn lessen effectiever en inclusiever te maken?
Deelvragen:
-Wat is beelddenken en wat is taaldenken?
-Hoe herken ik een beelddenker?
-Hoe herken ik een taaldenker?
-Hoe kan ik mijn lessen beter aanpassen aan beelddenkers?
-Welke rol speelt beelddenken binnen de lessen beeldende vorming?
-Hoe kan ik beelddenken stimuleren bij taaldenkers?
Dit onderzoek is mede ingegeven door de realiteit van het vmbo-onderwijs, waarin veel leerlingen moeite hebben met het lezen en verwerken van grote hoeveelheden tekst, bijvoorbeeld op PowerPoints.
Wat zegt de literatuur?
Voor dit onderzoek maak ik gebruik van verschillende bronnen, waaronder:
-Beeldonderwijs en didactiek – Ben Schasfoort
-Beelddenken in de praktijk – Anneke Bezem & Marion van de Coolwijk
-Beelddenken, visueel leren en werken – Marion van de Coolwijk
-Denken in beelden – Tineke Verdoes
Uit Beelddenken in de praktijk blijkt dat kinderen die beelddenken problemen kunnen ervaren op school op het gebied van taal, rekenen, tekstbegrip, concentratie en werktempo (p.6). Hun manier van informatie verwerven en verwerken verschilt fundamenteel van die van taaldenkers. Door beelddenken vroegtijdig te herkennen en te erkennen, kunnen veel problemen worden voorkomen.
Beelddenkers denken primair niet in woorden, maar in beelden en gebeurtenissen. Het is een vorm van non-verbaal, ruimtelijk denken. Zij zien situaties als geheel en kunnen oplossingen vaak snel overzien, maar hebben moeite deze onder woorden te brengen (p.7). Omdat zij sterk visueel gericht zijn, zien ze vaak wel wat er wordt bedoeld, maar luisteren ze minder goed naar verbale uitleg (p.8).
Het onderwijs is echter grotendeels ingericht op seriële informatieverwerking: lezen, schrijven, volgordes, procedures. Beelddenkers willen informatie juist simultaan verwerken, wat regelmatig botst met het schoolsysteem (p.11).
Beelddenken: probleem of potentieel?
Hoewel beelddenkers soms een afwezige of slome indruk maken, moeite hebben met regels, tijd en volgorde, en wisselende schoolprestaties laten zien, beschikken zij ook over sterke kwaliteiten. Ze zijn vaak inventief, creatief, gevoelig, hebben een brede belangstelling en zijn doorzetters (p.18). De uitdaging ligt niet in het veranderen van de leerling, maar in het aanpassen van het onderwijs.
Perspectief en kijken: het verhaal van de olifant
Een krachtig beeldend verhaal uit Beelddenken, visueel leren en werken illustreert dit perspectiefprobleem treffend.
Wat zie ik? ‘Er waren eens vijf vliegen die het niet eens konden worden over hoe een olifant er nu precies uitziet. Eén vlieg die op zijn rug had gezeten, zei: “Een olifant lijkt op een grote grijze vlakte waarvan je het einde niet kunt zien.” Een andere vlieg zat op de slurf en zei: “Welnee, een olifant is net een oude gerimpelde en snuivende kronkelslang.” De derde vlieg die op een poot van de olifant zat, zei: “Daar is niets van waar! Een olifant is als een geweldige dikke, hoge boom, waarvan je de bladeren niet eens kunt zien.” Daar moest de vierde vlieg om lachen. Hij zat bovenop een wapperend oor van de olifant en zei: “Een olifant lijkt op een grote waaier.” De vijfde vlieg zat op een van de slagtanden en roetsjte ervan af. “Een olifant,” zo sprak hij, “is zoiets als een lange witte glijbaan.” Vijf vliegen zaten op dezelfde olifant en allemaal hadden ze een ander beeld van het dier. En eigenlijk hadden ze alle vijf gelijk: vanuit hun (beperkte) gezichtsveld konden ze ook niet meer zien!’ Blz 28
Dit verhaal laat zien dat perspectief allesbepalend is. In de klas werkt dit net zo. Iedere leerling kijkt vanuit zijn eigen ervaring, mogelijkheden en beperkingen naar een les of opdracht. Wat voor de één duidelijk is, kan voor de ander onbegrijpelijk zijn. Door te luisteren naar elkaars perspectief ontstaat een completer beeld. Samen zie je meer.
Naar zichtbaar onderwijs
Beelddenkers leren het best door inzichtelijk werken en door het toepassen van leerstof in de praktijk (p.29). Dit vraagt van mij als docent een andere manier van kijken, uitleggen en ontwerpen. Dit lopende onderzoek is een zoektocht naar manieren om het onzichtbare zichtbaar te maken: denkprocessen, perspectieven en leerbehoeften die vaak onder de oppervlakte blijven.
Door beter te kijken naar mijn leerlingen – en naar mezelf – hoop ik mijn onderwijs zo vorm te geven dat niet alleen de taaldenker, maar ook de beelddenker gezien wordt.
LINK NAAR EERSTE IDEE VOOR LES
To be continued!